Nauwkeurig Ensemble / Station Eindhoven

Modernistisch grandeur

Nu is het moeilijk voorstelbaar, maar station Eindhoven en zijn omgeving, was tot voor enkele decennia een van Nederlands meest nauwkeurig ontworpen stedenbouwkundige ensembles. De modernistische grandeur van het gebouw komt nu beter uit op het promotiefilmpje voor de zender Nederland 1, dan op een doordeweekse dag op het stationsplein zelf.

Zoals het zo vaak gaat met architectonisch en stedenbouwkundig erfgoed gaat het verloren in twee stappen. De eerste stap laat het gebouw of het plein vaak zelf nog ongemoeid, of doet niets wat niet hersteld kan worden, maar ontneemt wel het zicht op de schoonheid en de ruimtelijkheid van het oorspronkelijke ontwerp. Als deze kwaliteiten echter uit het oog zijn verloren, is er niemand meer die ze zal uitleggen of verdedigen. De volgende en dikwijls fatale stap is dan gauw gezet: volbouwen of zelfs afbreken.

Station Eindhoven zelf, het eerste echt grote en monumentale ontwerp van de spoorbouwmeester Koenraad van der Gaast, heeft als gebouw redelijk ongeschonden de afgelopen decennia doorstaan. De eerste fase van het verval, het met tijdelijke ingrepen onzichtbaar maken van de kwaliteiten, heeft zeker haar effect gehad op het gebouw. De prachtige glazen gevel, waar het restaurant in leek te balanceren tussen binnen en buiten, is veel minder transparant geworden dan voorheen, en ook de grote en ruime stationshal, bijna een plein in de stad, is dichtgeslibd geraakt. Maar toch zal er niemand zijn die — zoals in Rotterdam — het gebouw tot de sloop zal veroordelen. Langzamerhand komen de architectonische kwaliteiten weer een beetje terug, langzamerhand lijkt er weer waardering te ontstaan voor de grootse ruimtes en de transparantie van het gebouw. Het lijkt alsof het gebouw de tweede, terminale, fase van het monumentenverval bespaard zal blijven.

Voor spoor én stad ontworpen

Maar toen wij het gebouw in haar omgeving bestudeerden, naar aanleiding van het plan om een nieuwe, ruimere tunnel onder de perrons aan te leggen, kwamen we er al gauw achter dat de werkelijke gevaren veeleer lagen op het stedenbouwkundige niveau. Van der Gaast ontwierp aan het station vanuit twee standpunten. Het eerste was dat van modernistische architect. Hij begreep dat met het bouwen van een station de architect op de voet werd gezeten door de voortschrijdende technologie van het reizen en de consumentencultuur: nieuwe treinen, auto’s de televisie et cetera. Om niet telkens weer snel daterende producten te leveren, moest de architect volgens Van der Gaast volledig werken vanuit de technische en functionele essentie van het reizen. Vandaar de bijna industriële hal en de met door het Engelse leger in de tweede wereldoorlog achtergelaten Bailey-elementen gebouwde overkapping. Deze uiterst functionele ruimtes werden echter wel weer uitgewerkt met elementen als de modernistische galerijen en het mondaine gevelrestaurant.

Maar Van der Gaast ontwierp niet alleen voor het spoor, hij ontwierp ook voor de stad, en wel binnen een stedenbouwkundig plan voor het stationsgebied van architect J.A. Van der Laan, een plan met uitgesproken traditionalistische elementen, dat echter juist uitging van een moderne, door modern verkeer bepaalde stad. Het traditionalistische uitte zich in het gebruik van aloude stedenbouwkundige conventies als de klokkentoren en de portico, maar ook in de voorkeur voor het asymmetrische en het onverwachte perspectief. Met deze beginselen ontwierp Van der Gaast niet alleen de stationshal en de perronoverkapping, maar plaatste hij ook de klokkentoren en ontwierp hij de portico langs de spoordijk, die bestond uit kolommen in dezelfde stijl en materialen als van het stationsgebouw en de toren. Deze vormden de wanden en de ‘bekleding’ van een ruim opgezet plein met een asymmetrische, diagonale oriëntatie op de bestaande stad. Later zou aan één kant het sober-traditionalistische stationspostkantoor van Rijksbouwmeester Gijsbert Friedhoff verrijzen en aan de andere kant het smaragdgroene Bijenkorfgebouw van Gio Ponti. Maar steeds was de architectuur van Van der Gaast het element dat alles bij elkaar hield, en dat het perfecte  decor vormde voor de aan en afrijdende bussen, de mensen die bij de fontein op elkaar wachtten, de zich de stad in haastende reizigers et cetera. Het stationsplein was een dynamische plek, maar tegelijkertijd een rustpunt en een plek van oriëntatie en samenhang in het grillige, uit aaneengekoekte dorpen bestaande, Eindhoven.

Waardering vanuit de omgeving

Maar sinds de jaren zeventig is het plein dichtgezet met paviljoens en straatmeubilair, gefragmenteerd door herinrichtingen en raakten de oorspronkelijke bedoelingen in de vergetelheid. Wat ook meespeelde was het ontstaan van een tweede stationsplein met busstation en nieuwe gebouwen aan de andere zijde van het spoor. Uit de meest recente plannen voor het stationsgebied bleek dat men stedelijkheid ging associëren met hoge dichtheid en kwamen er plannen om het door Van der Laan en Van der Gaast ontworpen stationsplein dicht te bouwen. Dit zou echter de portico aan het zicht onttrekken, de asymmetrische oriëntatie en de doorzichten op de klokkentoren en de glazen pui veranderen en de hele stedenbouwkundige ensemblewerking feitelijk wegvagen.

Het is daarom dat onze grootste ontdekking bij het bestuderen van station Eindhoven juist lag buiten het station zelf, en ons meest zwaarwegende advies ging over de gebiedsontwikkeling rond het station. Want, hoe mooi het gebouw als object ook is, het kan pas echt gewaardeerd worden vanuit de mee-ontworpen omgeving.